Klik om naar de homepage te gaan

Materiaalmodule

De materialendatabase bestaat uit gegevens afkomstig uit de Nationale Milieudatabase en enkele aanvullingen. Aan de basis van deze milieudata staan LCA-gegevens. Op 14 april 2010 is Stichting Bouwkwaliteit (SBK) aangewezen als beheerder van de bepalingsmethode “Materiaalgebonden milieuprestaties van gebouwen en GWW-werken” inclusief de daaraan verbonden Nationale Milieudatabase. Op www.bouwkwaliteit.nl is hierover meer informatie te vinden.

De Nationale Milieudatabase is het resultaat van een harmonisatie van verschillende milieudatabases, waaronder de eerder in GreenCalc+ gebruikte database. Het doel van de harmonisatie is dat een berekening in onder meer GreenCalc+, GPR, Eco-Quantum, DuboCalc en Eco-Install hetzelfde eindresultaat geeft voor: milieueffectscores en milieukengetallen.

Onderdeel van de Nationale Milieudatabase is de Bepalingsmethode. Deze Bepalingsmethode is ontwikkeld om een standaardisatie te bereiken bij het berekenen van de milieuprestatie van gebouwen en GWW-werken over hun hele levenscyclus.

De basis voor deze Bepalingsmethode is de NEN 8006:2004, inclusief het 'Correctieblad mei 2007'. Doordat de NEN 8006 ontwikkeld is op productniveau zijn er voor de Bepalingsmethode op gebouw- en bouwwerkniveau extra afspraken nodig. Deze zijn opgenomen in de Bepalingsmethode dat daarmee als het ware aan de NEN 8006 toegevoegd wordt voor het projectniveau (gebouw- en bouwwerkniveau). Daar waar voor het berekenen van de milieuprestatie van gebouwen of GWW-werken afgeweken wordt van de norm is dit in de Bepalingsmethode expliciet vastgelegd.

In GreenCalc is de rekenmethode aangevuld met gegevens uit het TWIN2010-model. Dit zijn dezelfde gegevens als weermee in de Basiswerken Milieuclassificaties Bouwproducten van het NIBE wordt gerekend. Voor de milieubeoordelingsmethode TWIN2010 is uitgegaan van de milieugerichte levenscyclusanalyse (LCA). Er is zoveel mogelijk aangesloten bij de laatste stand der techniek. Voor de beoordeling van het overgrote deel van de milieueffecten is gebruik gemaakt van de recent door het Centrum voor Milieukunde in Leiden (CML) herziene LCA-methodiek, kortweg CML-2. Daarnaast is er gebruik gemaakt van de Eco-indicator ’99 methode, het oorspronkelijke TWIN-model (Haas, 1997) en de methode van Müller-Wenk voor de beoordeling van geluidshinder door wegtransport.

Energiemodule

De energiemodule is gebaseerd op de NEN 2916: 2004 en de NEN 5128:2004, waarmee de energieprestatiecoefficient (EPC) voor woning- en utiliteitsbouw wordt berekend. Met deze modellen kan het normatieve gebouwgebonden energiegebruik berekend worden. Om een compleet beeld te krijgen, worden deze modellen daarnaast aangevuld met een berekening van het niet-gebouwgebonden energiegebruik. Ook is het binnen GreenCalc+ mogelijk om de invloed van alternatieve (bio) brandstoffen inzichtelijk te maken. De energiegebruiken van een gebouw worden op basis van LCA's omgerekend naar milieueffecten.

Wanneer van een project al een EPC-berekening beschikbaar is, dan kan eenvoudig gebruik gemaakt worden van de resultaten van de EPC-berekening. De resultaten kunnen automatisch in GreenCalc+ ingelezen worden.

Naast de EPC-methodiek is binnen GreenCalc+ ook de EPL-methode voor woonwijken opgenomen.

Watermodule

De GreenCalc+ methodiek voor het bepalen van het waterverbruik van woningen is gebaseerd op de WPN (Water Prestatie Norm) NEN 6922. Deze norm is erop gericht het waterverbruik (gebouwgebonden, kwantitatief) terug te dringen. Uit deze rekenmethode volgt de WPC (WaterPrestatieCoëfficiënt), een verhoudingsgetal van het waterverbruik van een woning en het normverbruik van een woning. In de NEN 6922 wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen drinkwater en "ander" water. Deze methode is hierop aangevuld met maatregelen zoals het gebruik van hemelwater en composttoiletten. 

Voor utiliteitsgebouwen wordt het watergebruik berekend met behulp van de 'Water Prestatie Normering', die door bureau Opmaat en Boom is ontwikkeld in opdracht van de gemeente Utrecht. Besparingen op het drinkwaterverbruik kunnen plaatsvinden door waterbesparende toiletten, kranen en douches toe te passen. Ook kan de invloed van het gebruik van regenwater voor de toiletspoeling en de besproeiing van de groenvoorzieningen inzichtelijk gemaakt worden. Het drinkwaterverbruik wordt op basis van LCA’s omgerekend naar milieueffecten.

Mobiliteitsmodule

Mobiliteit speelt zich binnen GreenCalc+ voor een groot deel af op wijkniveau en wordt bepaald door het stedenbouwkundige plan en de voorzieningen in de wijk. De rekenmethodiek van de mobiliteitsmodule in GreenCalc+ is gebaseerd op de rekenmethodiek van het bestaande softwareprogramma VPL-KISS. VPL staat voor 'VerkeersPrestatie op Locatie' en is ontwikkeld door Novem met steun van Economische Zaken. Omdat de VPL-KISS rekenmethodiek alleen geschikt is voor woningen is door DGMR Raadgevende Ingenieurs BV onderzoek gedaan naar een geschikte rekenmethodiek voor utiliteitsbouw. Door DGMR is, op basis van onderzoeken van MuConsult en DHV, een rekenmethodiek ter bepaling van de mobiliteit van utiliteitsgebouwen opgesteld en geïntegreerd met de rekenmethodiek voor woningen. 

Mobiliteit wordt niet meegerekend in de milieu-index.